Op een dag ontstond er een klein gaatje in de cocon. Een man die toevallig voorbijkwam, stopte en observeerde urenlang de opgesloten vlinder. Deze probeerde tevergeefs door het kleine gaatje te kruipen. Na lange tijd leek het alsof hij het opgaf. Toen besloot de man om hem te helpen. Hij pakte zijn zakmes en opende de cocon. De vlinder kwam er meteen uit, maar zijn lichaam was mager en versuft. Zijn vleugels waren niet goed ontwikkeld en bewogen amper. De man bleef hem gadeslaan en dacht dat hij zijn vleugels nog wel zou openen. Dat gebeurde echter niet. Hij bleef zich over de grond voortslepen met zijn magere lichaam en zijn verschrompelde vleugels. Hij heeft nooit kunnen vliegen.
_______________________________________
